Deze Week
zoek op bijbeltekst
zoek op datum
2 Thessalonicenzen 1:1-3
2 Thessalonicenzen 1:1-3INLEIDING De christenen in Thessalonica waren over de wederkomst van Christus in
verwarring gebracht door Paulus’ eerste brief of door een valse brief, die
zogenaamd door Paulus was geschreven. Bovendien werd de verwarring nog
groter door de aanhoudende vervolging waaronder zij leden. Paulus schrijft
daarom opnieuw een brief om zijn medegelovigen te verzekeren dat Christus
zal komen om de zijnen te troosten en de onderdrukkers te straffen
(hoofdstuk 1:7-8). Hij vertelt hun ook dat de grote dag van het oordeel (de
dag van de Here) hen niet zal verrassen, maar dat deze zal worden voorafgegaan
door een serie gebeurtenissen (hoofdstuk 2:3). Omdat de christen
mag weten dat Christus zeker terugkomt, moet hij een leven leiden waar
niets op aan te merken is.
Overal in deze korte brief ligt de nadruk op Gods belofte dat Hij het kwaad
zal overwinnen. Gelovigen moeten nu soms lijden, maar God heeft hun
troost beloofd. Maar voor hen die God niet gehoorzamen, is er niets dan
leed en oordeel. Ook benadrukt Paulus het belang van een leven tot Gods
eer. Sommige christenen in Thessalonica waren opgehouden met werken
omdat zij geloofden dat Christus ieder moment kon terugkomen, maar zo’n
houding is niet tot eer van God.
Het geloof en de liefde van de
Thessalonicenzen 1
1 1 Van: Paulus, Silvanus en Timotheüs.
Aan: de gemeente in de
stad Thessalonica, die toebehoort
aan God, onze Vader, en aan de Here
Jezus Christus.
2 Wij wensen u de genade en vrede
van God, onze Vader, en van de Here
Jezus Christus toe. 3 Broeders en
zusters, wij moeten God altijd voor u
danken, omdat daar alle reden toe is.
Want uw geloof wordt steeds sterker
en de liefde die u voor elkaar hebt,
neemt dag aan dag toe.
2 Thessalonicenzen 1:3-12
2 Thessalonicenzen 1:3-121:3Broeders en
zusters, wij moeten God altijd voor u
danken, omdat daar alle reden toe is.
Want uw geloof wordt steeds sterker
en de liefde die u voor elkaar hebt,
neemt dag aan dag toe. 4 Wij vertellen
de andere gemeenten van God
vol trots hoe geweldig u volhoudt en
hoe sterk uw geloof is, ondanks alle
vervolgingen en moeilijkheden die u
te verduren krijgt.
5 Daaruit blijkt dat God rechtvaardig
in zijn oordeel is, want u die ter
wille van Hem lijdt, zult zeker in zijn
Koninkrijk komen. 6 Hij zal de mensen
straffen voor wat zij u aandoen. Dat
is rechtvaardig. 7 En het is ook rechtvaardig
dat Hij u, die het nu moeilijk
hebt, uit de nood zal helpen, net als
ons. Dat zal gebeuren wanneer de
Here Jezus met zijn sterke engelen
uit de hemel komt 8 en in een laaiend
vuur laat zien wie Hij is. Dan zal Hij
allen straffen die niets van God willen
weten en hun oren dichthouden
voor het goede nieuws van onze Here
Jezus. 9 Hun straf zal de eeuwige
veroordeling zijn. Zij zullen voorgoed
van de Here en zijn ontzagwekkende
macht gescheiden worden. 10 Dat zal
gebeuren op de grote dag, waarop Hij
komt om geëerd te worden te midden
van hen die Hem toebehoren en
bewonderd te worden te midden van
hen die op Hem vertrouwd hebben.
En u zult daarbij zijn, omdat u hebt
geloofd wat wij u over Hem hebben
verteld.
11 Daarom blijven wij voor u bidden
dat u het waard zult zijn dat God u
geroepen heeft. Wij bidden dat Hij
u zijn kracht schenkt zodat u al uw
goede voornemens kunt uitvoeren en
u alles wat u in geloof onderneemt
tot een goed einde kunt brengen.
12 Daardoor zal in u onze Here Jezus
geëerd en geprezen worden, en u zelf
ook, omdat u één met Hem bent. Dit
alles is mogelijk door de genade van
God en van onze Here Jezus Christus.
2 Thessalonicenzen 1:10-2:9
2 Thessalonicenzen 1:10-2:91:10Dat zal
gebeuren op de grote dag, waarop Hij
komt om geëerd te worden te midden
van hen die Hem toebehoren en
bewonderd te worden te midden van
hen die op Hem vertrouwd hebben.
En u zult daarbij zijn, omdat u hebt
geloofd wat wij u over Hem hebben
verteld.
11 Daarom blijven wij voor u bidden
dat u het waard zult zijn dat God u
geroepen heeft. Wij bidden dat Hij
u zijn kracht schenkt zodat u al uw
goede voornemens kunt uitvoeren en
u alles wat u in geloof onderneemt
tot een goed einde kunt brengen.
12 Daardoor zal in u onze Here Jezus
geëerd en geprezen worden, en u zelf
ook, omdat u één met Hem bent. Dit
alles is mogelijk door de genade van
God en van onze Here Jezus Christus.
De ‘mens van zeer grote zonde’
2:1Wat de terugkeer van onze Here
Jezus Christus en onze hereniging
met Hem betreft, 2 broeders en
zusters, vragen wij u dringend het
hoofd koel te houden. Laat u niet
in de war brengen door geruchten
dat de grote dag van de Here er al
zou zijn. Als u mensen hoort die
hierover een profetie of een bepaalde
uitspraak of zelfs een brief van ons
zouden hebben gekregen, geloof hen
niet. 3 Laat u door niemand iets wijsmaken.
Want die dag komt pas als
twee dingen zijn gebeurd: eerst zal
de grote ontrouw aan God komen en
daarna zal de ‘mens van zeer grote
zonde’ opstaan, die tot ondergang is
gedoemd. 4 Hij zal God uitdagen en
alles omverwerpen wat de mensen
vereren. Hij zal zelfs in de tempel
van God gaan zitten en beweren dat
hij God is. 5 Herinnert u zich niet
dat ik u dit verteld heb toen ik bij
u was? 6 U weet wel wat hem in de
weg staat. Maar te zijner tijd zal hij
tevoorschijn komen. 7 Want de wetteloosheid
is in het geheim al aan
het werk, maar heeft zich nog niet
kenbaar gemaakt. Dat kan pas als hij
die dit nog verhindert, weg is. 8 Dan
zal de ‘mens van zeer grote zonde’
in de openbaarheid treden. Maar de
Here Jezus zal hem door zijn adem
vernietigen en hem, als Hij terugkomt,
alleen al door zijn stralende verschijning
machteloos maken. 9 De ‘mens
van zeer grote zonde’ zal komen en
optreden als Satan zelf, vol duivelse
list en kracht. Hij zal iedereen een
rad voor ogen draaien, door allerlei
opzienbarende, bedrieglijke wonderen
te doen.
2 Thessalonicenzen 2:7
2 Thessalonicenzen 2:77 Want de wetteloosheid
is in het geheim al aan
het werk, maar heeft zich nog niet
kenbaar gemaakt. Dat kan pas als hij
die dit nog verhindert, weg is. 8 Dan
zal de ‘mens van zeer grote zonde’
in de openbaarheid treden. Maar de
Here Jezus zal hem door zijn adem
vernietigen en hem, als Hij terugkomt,
alleen al door zijn stralende verschijning
machteloos maken. 9 De ‘mens
van zeer grote zonde’ zal komen en
optreden als Satan zelf, vol duivelse
list en kracht. Hij zal iedereen een
rad voor ogen draaien, door allerlei
opzienbarende, bedrieglijke wonderen
te doen. 10 In elk geval de mensen
die op weg zijn naar de ondergang,
omdat zij niets willen weten van de
waarheid waardoor zij gered hadden
kunnen worden. 11 Omdat zij niet van
de waarheid houden, laat God hen
met hun hele hart in leugens geloven.
12 Zij zullen allemaal veroordeeld
worden, omdat zij niet de waarheid
geloven, maar met genoegen onrecht
accepteren.
13 Maar wij moeten God altijd voor u
danken, vrienden. De Here houdt van
u. Hij heeft u uitgekozen als de eersten
in Thessalonica die gered zouden
worden, om u voor Zichzelf af te zonderen
door de Heilige Geest en door
uw geloof in de waarheid. 14 Hij heeft
u via ons het goede nieuws verteld
en u geroepen om deel te krijgen aan
de eer en macht van onze Here Jezus
Christus.
15 Wees dus standvastig en houd vast
aan de leer die wij u mondeling of per
bief hebben onderwezen. 16 Wij hebben
ervaren dat God, onze Vader, die
zoveel van ons houdt, zo goed is ons
altijd weer moed en hoop te geven.
17 Daarom vragen wij Hem en onze
Here Jezus Christus u te bemoedigen
en kracht te geven om goed te doen
in woord en daad.
2 Thessalonicenzen 3:1
2 Thessalonicenzen 3:1Blijf het goede doen 2
3 3 Broeders en zusters, ik vraag u
voor ons te blijven bidden. Bid dat
het goede nieuws van de Here zich
snel zal verspreiden en overal zo’n
invloed op de mensen zal hebben dat
zij Hem gaan eren, zoals ook bij u het
geval is. 2 Bid ook dat wij bewaard
mogen blijven voor slechte en kwaadaardige
mensen, want niet iedereen is
te vertrouwen.
3 Wij weten dat de Here wel te vertrouwen
is. Hij zal u sterk maken en
u tegen de aanvallen van de duivel
beschermen. 4 De Here geeft ons de
overtuiging dat u altijd zult doen wat
wij u zeggen. 5 De Here moge u een
steeds beter begrip geven van Gods
liefde en Christus’ geduld.
6 Broeders en zusters, namens de Here
Jezus Christus moeten wij u zeggen
dat u geen contact meer mag hebben
met christenen die hun plicht
verzaken en niet doen wat wij u hebben
geleerd. 7 U weet zelf hoe wij bij
u hebben geleefd. Daaraan kunt u
een voorbeeld nemen. U hebt gezien
hoe wij onze plicht vervuld hebben.